In opdracht van een groot cultuurfonds bezoek ik uitvoeringen en workshops van instellingen die van het Rijk op advies van de Raad voor Cultuur meerjaren- subsidies ontvangen (linkse hobby in mijn vrije tijd). Opzet is om te zien in hoeverre deze instellingen ook waarmaken wat ze in hun plannen voorstellen. Niet als controle, maar wel om in de vier jaar dat deze subsidies lopen in gesprek te blijven met de uitvoerenden. Cultuureducatie is mijn invalshoek. Zo was ik onlangs op een school in het midden van het land aanwezig bij een workshop improvisatie. Opmerkelijk genoeg stond in de aula van de school een groot kerkorgel. Dat had dan ook een rol in deze sessie. Improvisatie en dus ook geen bladmuziek. Een deel van de leerlingen volgt een muziekopleiding, zit in het schoolorkest, maar een aantal raakt zelden tot nooit een instrument aan. Deze wonderlijke combinatie van muzikanten kwam binnen de kortste keren tot muziek. Dat hadden ze nog nooit gedaan op deze manier en tot hun eigen verbazing en plezier werkte het optimaal. Op basis van durf (een klank of ritme produceren) én ... concentratie (vooral op jezelf, elkaar en de sessieleider letten).
Is dit mooi? Mwah... Gebeurt hier iets... juist!
En dan toch aldoor weer die vraag moeten beantwoorden of dit ook bij het onderwijsaanbod hoort.
Voor mij is zo'n sessie alleen maar inspiratie en blijkens de reactie van de leerlingen voor hen ook!